Artillerie
| Vlag | Regimenten 18e eeuw in Sas van Gent |
van |
tot | nr | Commandant/Kolonel |
Leger |
Kwam | Ging |
| |
Regiment Artillerie (Comp Johan Scholten) |
1713 | 1716 | 677C | Johan Scholten | Artillerie | onbek. | Staatsvlaanderen |
De compagnie werd opgericht in 1677 als compagnie Brinck van het regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 5e compagnie van het 4e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 5e compagnie van het 4e bataljon Artillerie te voet.
| Regiment Artillerie (Comp Christoffel Johan IJssel) |
1719 | 1723 | 698c | Christoffel Johan Ijssel |
Artillerie | Ieper | Maastricht |
De compagnie werd opgericht in 1698 als compagnie Brouwer van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 2e compagnie van het 5e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 4e compagnie van het 2e bataljon Artillerie te voet.
| Regiment Artillerie (Comp Christoffel IJssel) |
1723 | 1727 | 677a | Christoffel Ijssel |
Artillerie | Maastricht | Staatsvlaanderen |
De compagnie werd opgericht in 1667 als compagnie Ijssel van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 1e compagnie van het 5e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 4e compagnie van het 3e bataljon Artillerie te Voet.
| Regiment Artillerie (Comp Sebastiaan van Glabbeek) |
1728 | 1731 | 698b | Sebastiaan van Glabbeek |
Artillerie | Doornik | Namen |
De compagnie werd opgericht in 1698 als compagnie de Cock van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 5e compagnie van het 1e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 6e compagnie van het 4e bataljon Artillerie te Voet.
| Regiment Artillerie (Comp Johan.F.Martfeld/Sebastiaan van Glabbeek) |
1731 | 1737 | 677d | Johan Frederik Martfeld/Sebastiaan van Glabbeek* |
Artillerie | Namen | Maastricht |
De compagnie werd opgericht in 1667 als compagnie Camphuysen van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 5e compagnie van het 3e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 6e compagnie van het 3e bataljon Artillerie te Voet.
| |
Regiment Artillerie (Comp Johan Gielinck/Johan C. Voester) |
1737 | 1742 | 698a | Johan Gielinck/ Johan Christoffel Voester * |
Artillerie | Ieperen | Groningen |
De compagnie werd opgericht in 1698 als compagnie Munninckhuysen van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 2e compagnie van het 4e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 5e compagnie van het 1e bataljon Artillerie te Voet.
| Regiment Artillerie (Comp Jan Neef) |
1751 | 1752 | 747a | Jan Neeff | Artillerie | Deventer | Namen |
Het regiment werd opgericht in 1747 als Compagnie Neef van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 4e compagnie van het 5e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 6e compagnie van het 2e bataljon Artillerie te Voet.
| Regiment Artillerie (Comp Johan Michiel Altenhuysen) |
1753 | 1758 | 698a | Johan Michiel Altenhuysen | Artillerie | 's Hertogenbosch | Sluis |
| Regiment Artillerie (Comp Bernard Steeb) |
1768 | 1773 | 698c | Bernard Steeb/ Gerard Christoffel Waschenfelder * |
Artillerie | Grave | Namen |
| Regiment Artillerie (Comp Johan David Amman) |
1778 | 1780 | 677d | Johan (Jan) David Amman |
Artillerie | Bergen op Zoom | Venlo |
| Regiment Artillerie (Comp Zacharias Guichenon de Chastillon) |
1780 | 1785 | 747b |
Zacharias Guichenon de Chastillon | Artillerie | Breda | Sluis |
De compagnie werd opgericht in 1747 als compagnie Petersen van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 4e compagnie van het 2e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 4e compagnie van het 4e bataljon Artillerie te Voet.
| Regiment Artillerie (Comp H.Wilderick/Laurens L.H.van Rheemen) |
1785 | 1788 | 747d |
Hermanus Wilderick/Laurens Lamoraal Hendrik van Rheenen * | Artillerie | Coevorden | Doesburg |
De compagnie werd opgericht in 1747 als compagnie van der Linge van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 3e compagnie van het 4e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 3e compagnie van het 3e bataljon Artillerie te Voet.
| Regiment Artillerie (Comp Philip Willem Smedeken) |
1789 | 1792 | 677a | Philip Willem Smedeken | Artillerie | Hulst | Maastricht |
.
| Regiment Artillerie (Comp Robert Althuysen/2eComp 3eBat/1eComp 4eBat) |
1792 | 1794 | 698d | Robert Althuysen |
Artillerie | Nijmegen | Amsterdam |
De compagnie werd opgericht in 1698 als compagnie Verschuer van het Regiment Artillerie. In 1793 werd de officiële benaming vastgesteld als 2e compagnie van het 3e bataljon. In 1795 (Franse tijd) werd dit de 1e compagnie van het 4e bataljon Artillerie te Voet.
De eerste uniformen waren feitelijk niet veel meer dan burgerkleding. In de periode rond de oprichting van het Wapen der Artillerie droeg de artillerist een vest, een korte pofbroek met kousen en een wijde jas met grote wijde mouwopslagen en koperen knopen. Meestal was blauw de hoofdkleur; alleen de schoenen en de breedgerande hoed waren dan zwart. Andere kleuren kwamen echter ook voor. Zo was bijvoorbeeld een oranje jas geen uitzondering. De officieren droegen dezelfde kledingstukken, maar dan van betere kwaliteit. Het vest, de broek en de kousen waren meestal rood en op de hoed stak een witte pluim. Belangrijk onderscheidende accessoire van de officier was een oranje sjerp, die om de middel werd gestrikt.
Aanvankelijk veranderde de militaire kleding in de loop der jaren min of meer mee met de burgermode. Zo werd de jas wat korter en de snit wat slanker. De hoed veranderde geleidelijk in een driehoekige steek. Met de invoering van ‘gelijkvormige kleeding voor krijgslieden’, eind 17e eeuw, begon de militaire kleding zich meer te onderscheiden van de burgerkleding. Grofweg kan gesteld worden dat de uniformen in de navolgende decennia steeds ‘uitbundiger’ werden. Zo werd de hoed, die zich overigens steeds meer in de richting van een tweepuntige steek ging ontwikkelen, opgesierd met een zwarte kokarde en goudkleurige galons langs de randen. De jas werd uitgemonsterd met onder andere een rode kraag en er kwamen slobkousen, ‘s winters zwart en de rest van het jaar wit. Wit kreeg sowieso meer de overhand, want het vest en de broek werden wit en het leerwerk werd ook wit. Erg praktisch was deze witte kleding niet, dus werd weer overgestapt op de blauwe vesten en broeken. Ook de kleding van de officieren werd wat meer opgeleukt. Naast de oranje sjerp gingen officieren een gouden nestel op de rechterschouder dragen. De zwarte kokarde werd vervangen door een oranje strik.
In 1793 werd de Rijdende Artillerie opgericht, een mobielere variant van de bestaande artillerie. Aanvankelijk droegen de rijdende artilleristen ongeveer hetzelfde uniform als de rest van het wapen, uitgezonderd de hoed. Die was breder en hoger dan die voor de korpsen te voet. Verder droegen de rijders hoge ruiterlaarzen. De officieren hadden een geel vest en gouden epauletten om zich te onderscheiden van de rest van de troepen.
