Heemkundige Kring Sas van Gent


Werkgroep Canisvliet

Canisvliet: aanzet tot herstel?

Dat Canisvliet en zijn ruimere omgeving ontstaan is uit een schorrenlandschap ergens in de late Middeleeuwen is al door meerdere auteurs uit de doeken gedaan. De vergelijking tussen Canisvliet in de late Middeleeuwen en het huidige Verdronken Land van Saeftinghe ligt dus voor de hand. Ook Canisvliet was ooit buitendijks verdronken land.
In de loop der daaropvolgende eeuwen hebben mensen steeds meer ingegrepen op het landschap. Onder meer de sluiting van het Sasse Gat in 1790 was een belangrijk scharniermoment. Canisvliet lag opeens binnendijks en bood mogelijkheden voor ontwikkeling. Dat heeft geleid tot de huidige toestand: bewoning, fabrieken, wegen, landbouw, …
De dag van vandaag kan je eigenlijk niet meer spreken van een natuurlijk landschap maar van een kultuur landschap. Bijna alle (zichtbare) sporen van het verleden zijn uitgewist en ons rest nog enkel de kreek als laatmiddeleeuws erfgoed.

Omslag
In 1964-1969 verandert Canisvliet opnieuw grondig van uitzicht. De Grote Canisvlietkreek, de Oost-of Molenkreek, de Platte Kille en de Zuidkreek (namen die we op kaarten uit die periode terug vinden) worden voor het grootste deel ondergespoten evenals de vele omliggende laaggelegen natte percelen. Honderden hectares Zeeuwse natuur verdwijnen voorgoed onder het slib.
De periode die daarop volgde was er een van veel zorgen. Veel natuur was verloren gegaan en wat restte stond zwaar onder druk. We gaan dit niet opnieuw uit te doeken doen. Wijlen Johan van den Steen heeft er een plank over vol geschreven. Het is de periode van de vervuiling vanuit de Reigerskil, de luchtverontreiniging, het overmatig sproeien en bemesten van aanpalende gronden, etc. Het was ook de periode ook waarin de Werkgroep Behoud Canisvliet is ontstaan. Ruim 40 jaar bleef alles zoals het was …
Met het Natuurbeleidsplan in 1990 kwam het politieke besef dat er wat moest gedaan worden voor de natuur. Er was veel welvaart bereikt maar er moest nog heel veel gebeuren op het vlak van welzijn. Stilte, groen, zuiver water en lucht kwam hoger te staan op het verlanglijstje. Het krappe jasje van het “staatsnatuurreservaat” Canisvliet dat enkel de kreek en een smalle strook grasland langs de oostoever omvatte moest ruimer. De ontdekking van het zeer zeldzame plantje Kruipend Moerasscherm – vermoedelijk al van oudsher ter plaatse aanwezig – zorgde voor een herwaardering van het gebied. Canisvliet moest groter worden zodat meer mensen van “nieuwe natuur” konden genieten en het habitat van het Kruipend moerasscherm moest veilig gesteld worden.
Dus zijn in 1997 werken uitgevoerd die Canisvliet groter hebben gemaakt tot momenteel ongeveer 90 ha en werd in 1999 de kreek gebaggerd.
Dat is intussen allemaal geschiedenis geworden. Wie nu het gebied bezoekt, kan nog nauwelijks hierin het landschap herkennen van voor 1997-1999 en zeker niet dat van vóór de ruilverkaveling.

Nieuw probleem in drievoud
Sinds het baggeren van de kreek is het uitzicht van de kreek in transitie. Al vanaf 2002, en daarna in steeds sneller tempo, verdwijnen de brede rietkragen langs de oevers. Wie regelmatig een rondje rond de kreek wandelt, is dit zeker al opgevallen. Door het teloor gaan van dit heel specifiek landschapselement ontbreekt niet enkel broedgelegenheid voor vogelsoorten maar is ook de bescherming van de oevers in het gedrang. Op enkele plekken is heel goed te zien dat de oever in de kreek zakt. De verdieping van de kreek heeft er voor gezorgd dat wind grotere massa’s water in beweging kan brengen. Door de sterkere golfslag en het ontbreken van bufferende werking door rietkragen dreigt het land zelfs te verdrinken. Een toestand waarover we in Zeeland kunnen meepraten …
Daarenboven is er een vast waterpeil ingevoerd. Een peil dat vooral een flink stuk hoger ligt dan we ooit hebben meegemaakt. Een vast peil is een totaal onnatuurlijk gegeven en in feite onbegrijpelijk bij het beheren van een natuurgebied. Vaste peilen in de natuur bestaan omzeggens niet en nergens. In de natuur zijn waterpeilen dynamisch. In onze streek zijn peilen laag in de zomer en hoog in de winter. Rietkragen en dan vooral deze die tot ver uit de oever staan kunnen zich slechts handhaven bij het bestaan van een dynamisch waterpeil.
Het verdiepen/uitbaggeren van de kreek en het opzetten van het water naar een hoger peil hebben de rietkragen de genadeslag gegeven. Wie nu eens rond de kreek loopt kan er niet omheen. Er is geen “kniediep” waterriet meer, enkel nog smalle boordjes op de oever, het zogenaamde landriet. Wat we zien is een waterreservoir, met een inhoud en oppervlakte als nooit tevoren.

Er stelt zich dus een drievoudig probleem:

• Wegvallen van geschikt habitat voor een aantal dier- en plantsoorten
• Landschappelijke ontwaarding van lage kreek naar waterberging
• Afslaande oevers en aangelanden

Herstel?
Herhaalde malen hebben wij deze evolutie bij instanties gesignaleerd. En gelukkig is een en ander toch niet in dovemans oren gevallen. Een initiatief van de Werkgroep Behoud Canisvliet heeft geleid tot een overleg met de instanties die verantwoordelijkheid dragen voor het reilen en zeilen op Canisvliet.
Zowel het Zeeuwse waterschap Scheldestromen, als de Provincie Zeeland als beheerder Staatsbosbeheer zijn rond de tafel gaan zitten. Er zijn bezoeken ter plaatse gebeurd met het verrichten van waarnemingen en metingen en er zijn ook waarnemingen en metingen vanuit de literatuur (archieven) bij elkaar gelegd. De uitspraak “het riet is verdronken” illustreert misschien nog het best waarom er geen rietkragen meer zijn.
Maar een dergelijke “vaststelling” is een te sterke vereenvoudiging van wat zich afspeelt. Het is komplexer dan dat en dat beseft men ook rond de tafel. Meer water is zeker geen verkeerde maatregel wat natuurbeleid betreft (tegengaan van verdroging), verdiepen/baggeren is zeker geen verkeerde maatregel als we niet willen dat de kreek kompleet verlandt. Dat betekent meteen dat niet wordt terug gedraaid naar de jaren zestig. Maar we willen wel rietkragen langs de oevers en we moeten vooral oog hebben voor het Kruipend Moerasscherm. Dat laatste doet het al enkele jaren niet goed.
Er wordt nu verder intern overlegd en een eerste (proef)maatregel van tijdelijke aard is het instellen van een meer dynamisch waterpeil. Dat zou in konkrete betekenen dat in het voorjaar het peil langzaam enkele decimeter kan zakken (nu vast op ± 104 NAP) om dan in het najaar weer naar de hoogste stand terug te keren. Uit de literatuur blijkt genoeg dat gezond (water)riet gebaat is bij een natuurlijk schommelend waterpeil. Of dit alles onze rietkragen kan terug brengen is niet met zekerheid te voorspellen. Feit is dat het een proces is dat jaren kan duren. Misschien komen er met de tijd nog andere ingrepen maar dat valt nog even af te wachten. Resultaten van vandaag op morgen zijn niet te verwachten. In elk geval is het probleem erkend en volgt er actie. En dat is hoopgevend!

Indien u het jaarrapport 2010-2011 wilt lezen: klik hier